Printer

Een printer kan door middel van inkt, toner, een filament of warmte tekst en afbeeldingen “afdrukken” op bijvoorbeeld papier. We kennen de volgende typen printers:

  • Inktjet printers
    • Inktjet printers maken gebruik van inkt cartridges waarbij hele kleine druppeltjes via kleine spuitkanaaltjes (nozzles) op het papier wordt gespoten
    • Gebruikt in huiskamers en bedrijven
  • Laserjet printers
    • Bij laserjet printers wordt via een laser de druk (rol) met de laser beschenen waardoor er toner blijft “plakken” en deze wordt op het papier gedrukt. Daarna wordt door verhitting de toner op het papier “gebrand”. Het is dus niet de laser die de tekst op het papier brandt
    • Gebruikt in huiskamers en bedrijven
  • Thermische printers
    • Thermische printers maken gebruik van een verwarmingselement en warmtegevoelig papier waarbij enkel de delen (teksten en afbeeldingen) verwarmt worden zodat de tekst en afbeeldingen op het warmtegevoelige papier “gebrand” worden. Nadeel is dat de tekst en afbeeldingen op het papier na verloop van tijd vervagen.
    • Gebruikt in bedrijven (verzendlabels) en winkels (kassabonnen)
  • Thermische overdrachtsprinters
    • Thermische overdrachtsprinters brengen kleurstoffen, in de vorm van een gekleurde was, met behulp van warmte van een reservoir of folie over op papier.
  • Matrix printers
    • Matrixprinters bouwen de tekst op met een printkop die kleine pinnetjes door een inktlint op papier drukt. Op die manier worden teksten, maar ook grafische afbeeldingen op papier gezet. De hoogte van de printkop is meestal even hoog als een regel. De printkop beweegt horizontaal langs het papier. Aan het eind van de regel gaat de printkop terug naar het begin en schuift het papier op
    • Gebruikt binnen bedrijven voor bijvoorbeeld CMR-formulieren waarbij er doorgedrukt moet worden op meerdere pagina’s
  • 3D printers
    • 3D printers maken gebruik van een filament (kunststof, metaal of keramiek) waarbij laagje voor laagje een product “geprint” kan worden.